‘What Will Be Has Always Been; The Words of Louis I. Kahn’.
Richard Saul Wurman
Rizzoli, New York [1986]
ISBN 0-8478-0607-5
Het boek heeft op mij al sinds mijn studietijd een verpletterende indruk gemaakt.
Het staat allereerst bol van de, talloze, anekdotes rond Kahn uitgesproken door familie en vrienden van hem. Verder prachtige foto’s, waaronder foto’s van Kahn hoe hij bij het begin van iedere lezing met twee handen tegelijk een geometrisch figuur op een krijtbord tekent (‘a real beginning’).
Het boek bestaat grotendeels uit teksten uitgesproken door Louis Kahn tijdens lezingen voor studenten en forums, interviews en essays.
Wat mij met name aanspreekt in dit boek is de poëtische en soms sprookjesachtige manier van vertellen over architectuur. Soms nauwelijks te volgen maar altijd zeer persoonlijk. Architectuur en de persoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zijn vertelstijl komt wat mij betreft voort uit het feit dat hij zijn ideeën pas na zijn vijftigste kon verwezenlijken. Of anders gezegd: dat zijn ideeën en overtuigingen pas toen aansluiting vonden bij de geest van die tijd (en die van een aantal opdrachtgevers). Hij heeft dus ruimschoots de tijd gehad om zijn gedachten te ordenen.
Daarnaast de wijze waarop hij vertelt over hoe hij met het ontwerpen van een gebouw begint, door zichzelf af te vragen wat het gebouw wil zijn. Op een bijna animistische manier vraagt hij zich af hoe een gebouw, een materiaal of een bouwdeel (als bijv. de kolom) zou willen zijn. Hij gaat daarbij terug tot de oorsprong van de dingen, wat uiteindelijk archetypische ontwerpen oplevert die tegelijk monumentaal en ogenschijnlijk eenvoudig zijn maar bij nadere bestudering ook nog technisch vernuftig in elkaar zitten.